“Anything that causes stress endangers life, unless it is met by adequate adaptive responses; conversely, anything that endangers life causes stress and adaptive responses. Adaptability and resistance to stress are fundamental prerequisites for life, and every vital organ and function participates in them.”
Hans Selye, MD
Stress is een onmisbaar deel van het leven. Onbekende en onverwachte gevaren geven onzekerheid en stress. De mate waarin we ons kunnen aanpassen (adaptatie) en om kunnen gaan (coping) met stressoren, is voor ieder persoon verschillend en bepaalt de stressbestendigheid en veerkracht. De reactie op stressoren wordt beschreven door het General Adaptation Syndrome (GAS). De Canadese endocrinoloog Selye definieert dit syndroom als “the non-specific response of the body to any demand.”. Deze respons verloopt volgens een vast patroon. In onderstaande figuur is dat weergegeven met de groene lijn en de drie fases (alarm, adaptatie, uitputting). Het stressmechanisme bestaat uit een snelle en een langzame route. De snelle route verloopt via het zenuwstelsel en de langzame route via het hormoonstelsel.

Alarm
Het stressmechanisme is in de eerste plaats een fysiologisch proces, dat de HPA-as wordt genoemd. In acute nood reageert het lichaam met het vrijmaken van zoveel mogelijk energie. Adrenaline is een hormoon en een neurotransmitter dat onder aansturing van het sympatisch zenuwstelsel door de bijnieren wordt aangemaakt. Het laat het hart sneller kloppen om zo veel mogelijk brandstof bij de spieren te krijgen. Je krijgt het warm, je bloedvaten verwijden zich en je gaat zweten om die warmte weg te krijgen. Cognitieve processen worden stilgezet om tijd en energie te sparen. Je hebt de keuze tussen vluchten en vechten. Is het gevaar geweken, dan realiseer je je dat je nooit meer in deze bedreigende situatie wilt geraken. De gebeurtenis wordt opgeslagen. Daarom herinneren we ons negatieve situaties en ervaringen beter dan positieve; negatieve kunnen levensbedreigend zijn. Denken aan en piekeren over stressvolle gebeurtenissen zet het stressmechanisme al aan het werk. En nee, mijmeren over positieve zaken maakt ons niet gelukkiger. Mijmeren over neutrale en negatieve dingen maakt ons echter wel ongelukkiger. Ze bezorgen ons stress. En als je bedenkt dat het stressmechanisme het middel is om te overleven, dan is dat ook verklaarbaar. Positieve zaken overleef je toch wel. In het vervolg zullen we deze situaties vermijden óf we leren er mee te leven.
Adaptatie
Aanpassen is het gevolg (adaptatiefase). Vanuit de hersenen worden fysiologische processen, zoals bloeddruk en bloedsuikerspiegel, adrenaline- en cortisolspiegels aangestuurd. Stress bevordert adaptatie, maar chronische stress leidt uiteindelijk tot slijtage van het lichaam. Onder invloed van het stresshormoon cortisol normaliseren de lichaamsprocessen zich weer. In een stressvolle situatie produceert het lichaam tot wel tien keer de normale hoeveelheid cortisol. Cortisol vult de energievoorraad weer aan, maar breekt daarvoor eiwitten, de bouwstenen van ons lichaam, af. Ook het aantal witte bloedcellen, onderdeel van ons herstelsysteem, neemt af. De omgeving speelt eveneens een rol in het herstel van overbelasting. Zo herstel je sneller in een natuurlijke dan in een stedelijke omgeving. Stress is dus een continu, adaptief proces van het beoordelen van de omgeving en het omgaan ermee. Het stelt iemand in staat om te anticiperen op toekomstige uitdagingen. Leerprocessen, zoals gewenning, inprenting, imitatie, conditionering, en inzicht zijn mechanismen tot aanpassing.
Uitputting
Als we ons niet voldoende aan kunnen passen (chronische stress), dan volgt de laatste fase: de uitputting. We branden lichamelijk én mentaal op. Een permanent verhoogd cortisolgehalte geeft schade aan de hersenen, in het bijzonder dat deel dat betrokken is bij emoties en geheugen. Er kan zich pathologie ontwikkelen, zoals angststoornissen. Angst maakt een mens voorzichtig. Problematisch wordt het als de oorzaak van de angst verdwenen is, maar de angst zelf (nog) niet. Naarmate dit langer duurt, ontwikkelt de angst zich tot een angststoornis. Dat is een niet-adequate reactie op de omgeving en leidt tot algeheel disfunctioneren. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is het aantal angststoornissen explosief toegenomen en zijn wereldwijd de meest voorkomende psychische stoornissen. Zij ontstaan in de periode van de vroege adolescentie tot jongvolwassenheid. Onze tijd wordt gekenschetst door een diepgaande onderbreking en ontregeling. Het kan niet anders dan dat de omgeving waarin wij leven steeds meer als onveilig wordt ervaren. Angst is nu eenmaal inherent aan een onveilige wereld. In the age of anxiety lijden heel veel en steeds meer mensen aan stress en burn-out.
Allostase
De stressrespons is de interactie met het gebrek aan veiligheid. Het is een complexe reactie van lichaam en geest op prikkels. De default van ons stresssysteem is ‘aan’, tenzij dit echt niet nodig is. Zolang er geen (informatie over) veiligheid is, blijft het systeem ‘aan staan’ en blijft er de fysiologische en psychologische dynamiek. Ons brein bepaalt wat bedreigend is en wat niet. Het lichaam verandert voortdurend om in evenwicht te blijven. Dit heet allostase. Dit is de dynamische variant van homeostase en werd door Selye ooit heterostase genoemd.
Allostase is het stabiel blijven door variabel te zijn.
Allostatische belasting ontstaat door overprikkeling. Het stressmechanisme kan lichaam en geest niet tijdig en voldoende in evenwicht brengen met de vraag van de omgeving. We ervaren dat veelal als negatief. Het verschil in reactie van mensen op stressoren wordt vanzelfsprekend ook bepaald door individuele verschillen, zoals erfelijkheid en persoonlijke ervaringen. Deze verschillen laten ook de fysiologische respons variëren.
Allostatische belasting kan onder meer leiden tot atherosclerose, obesitas, en tot de afbraak van botweefsel en van hersencellen. We worden ook sneller oud. Beweging en sociale steun daarentegen verminderen de allostatische belasting van stress. Bewegen helpt om weer in balans komen. Het zorgt onder andere door de toename van endorfine en verbetering van het endorfinesysteem. Endorfine heeft een pijnstillende werking en geeft een gevoel van welbevinden en geluk. Bewegen, mits vrijwillig, zorgt voor de toename van de brain-derived neurotrophic factor (BDNF) in de hippocampus, het hersengebied dat betrokken is bij ons geheugen en emoties. BDNF is een eiwit dat zorgt voor de groei, rijping en het overleven van zenuwcellen. Stress onderdrukt de afgifte van BDNF met als gevolg dat er dus zenuwcellen afsterven.
Als het stresssysteem uit balans raakt en de belasting toeneemt, dan is er sprake van allostatische belasting. Er zijn twee vormen van allostatische belasting.
- Allostatische belasting ontstaat als de energievraag de -voorraad overtreft. Als gevolg daarvan worden de overlevingsmechanismen geactiveerd. Dit zijn vooral patronen van emotionaliteit en stressgevoeligheid die veelal zijn ontstaan door gebeurtenissen in de jeugd.
- Allostatische belasting ontstaat als gevolg van sociale conflicten en andere soorten sociale disfunctie, zoals het verlies van autonomie. Deze vorm veroorzaakt geen ontsnappingsreactie en kan alleen worden tegengegaan door leren en veranderingen in de sociale structuur.
Allostatische overbelasting is schadelijk voor de hersenen en kan leiden tot ernstige depressie en een verminderde werking van emoties en het geheugen. We kunnen een chronisch verhoogde cortisolspiegel houden als gevolg van aanhoudende stress. Chronische stress ontregelt de hormoonbalans en houdt het gevoel van angst in stand. Te veel cortisol ontregelt de hippocampus, waardoor deze onvoldoende wordt geremd. Daardoor blijft deze aansturen op de aanmaak van cortisol. En te veel cortisol ontregelt de hippocampus nog meer. Een chronisch te hoge cortisolspiegel laat ook de werking van de prefrontale cortex afnemen. Daardoor wordt ook de amygdala niet meer geremd en neemt de angst toe.

